Per 1 mei 2010 treedt de nieuwe EG-verordening inzake sociale zekerheid in werking

De EG-Verordening 1408/71, die de sociale zekerheidspositie van grensoverschrijdende werknemers en zelfstandigen binnen de Europese Unie regelt, wordt per 1 mei 2010 vervangen door een nieuwe Verordening 883/04. Deze nieuwe Verordening zal een aantal ingrijpende wijzigingen tot gevolg hebben. Wij sommen voor u de belangrijkste op:
 
> Als een persoon kwalificeert als werknemer en ook als zelfstandige, zal hij altijd onderworpen zijn aan één sociaal zekerheidsstelsel. Op grond van de oude Verordening kon onderworpenheid aan twee sociale zekerheidsstelsels ontstaan.
 
> In de nieuwe Verordening kunnen werknemers voor een periode van maximaal 24 maanden gedetacheerd worden naar een andere lidstaat en sociaal verzekerd blijven in hun woonland (de uitzendende staat). Onder de oude Verordening bedroeg deze periode slechts 12 maanden.
 
> Voor de zelfstandigen, die zich tijdelijk detacheren naar een andere lidstaat om aldaar werkzaamheden te verrichten, geldt per 1 mei 2010 dat zij in zowel de woon- als de werkstaat dezelfde soort activiteiten moeten verrichten (bv. een zelfstandige Poolse kruidenier mag in het kader van een tijdelijke detachering naar België aldaar geen bouwactiviteiten uitoefenen; hij dient zowel in zijn woon- als in zijn tijdelijke werkstaat bouwactiviteiten uit te oefenen).
 
> De werknemer, werkzaam in verschillende landen waaronder het woonland, is slechts in het woonland verzekerd als er sprake is van substantiële werkzaamheden. Substantieel is minimaal 25% van het loon of de werktijd. Dit geldt ook voor het internationaal trans- port!  In de oude Verordening werd het internationaal transport geregeld door art. 14 §2, a. Dit artikel is in de nieuwe Verordening geschrapt! Ook voor deze sector geldt straks het 25%- criterium.
 
> De nieuwe Verordening brengt de invoering van een nieuw systeem van elektronische gegevensuitwisseling tussen de lidstaten met zich mee. Op termijn zullen de papieren E101-verklaringen dan ook worden vervangen. Het zal wellicht nog twee jaar duren voordat alle lidstaten daadwerkelijk gebruik zullen maken van deze elektronische uitwisseling van documenten. (Portable Structured Electronic Document of PSED 101). Tot dan zullen beide systemen naast elkaar blijven bestaan.
 
> Er bestaat een overgangsrecht voor werknemers en zelfstandigen die op dit moment grensoverschrijdend werken. Zij kunnen tot 1 mei 2020 onder de oude Verordening blijven zolang hun situatie niet wijzigt.
 
> De huidige EG-Verordening 1408/71 blijft voorlopig nog van toepassing op Noorwegen, Liechtenstein, IJsland en Zwitserland totdat de nieuwe Verordening ook door deze landen is aangenomen.
 
Gevolgen voor de grensarbeiders
Bovenstaande wijzigingen kunnen ingrijpende gevolgen hebben. Voor Belgische inwoners die slechts één dag per week in België werken, geldt bijvoorbeeld dat zij niet meer in België sociaal verzekerd kunnen blijven omdat er onder de nieuwe Verordening sprake moet zijn van een substantieel deel van het verrichten van werkzaamheden in het woonland. Slechts als er sprake is van 25% of meer, is men verzekerd ingevolge de wetgeving van het woonland. Het 25%-criterium wordt ingeval van arbeid in loondienst beoordeeld aan de hand van de arbeidstijd en/of de bezoldiging. Als er niet aan dit criterium voldaan wordt, is de werknemer in beginsel verzekerd conform de regels van het werkland. Op grond van het overgangsrecht wordt echter - bij een feitelijk ongewijzigde situatie - de oude Verordening nog toegepast (gedurende 10 jaar). Slechts op uitdrukkelijk verzoek wordt de nieuwe Verordening toegepast.
Als er sprake is van gelijktijdige tewerkstelling door meerdere werkgevers in verschillende landen (al dan niet gevestigd in het woonland) is de sociale zekerheid van het woonland van toepassing. Hier geldt het criterium van 25% NIET!
 
De in België woonachtige directeur-groot- aandeelhouder
In de huidige Verordening is thans echter geregeld dat de DGA voor zijn Belgische (zelfstandige) werkzaamheden onderworpen is aan de Belgische premies voor zelfstandigen en voor zijn Nederlandse werkzaamheden (in dienstbetrekking) onderworpen is aan de Nederlandse premies (volksverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet). Vanaf 1 mei zal echter een persoon die op hetzelfde moment als werknemer en als zelfstandige werkt nog enkel onderworpen zijn aan het sociale zekerheidsstelsel van het land waarin gewerkt wordt als werknemer. De Nederlandse DGA die tevens bestuurder is van een Belgische vennootschap zal onder de nieuwe EU-regels in principe enkel nog premieplichtig zijn in Nederland.

Conclusie
Of de Verordening voordelig dan wel nadelig zal zijn, dient individueel te worden beoordeeld en is mede afhankelijk van de hoedanigheid waarin men de nieuwe regeling beoordeelt. Men dient daarbij enerzijds een vergelijking te maken tussen de werkgeverslasten, de werknemerslasten en de rechten die daar tegenover staan. Bijvoorbeeld: bij vergelijking tussen de Nederlandse en Belgische werkgeverslasten zullen de Nederlandse lasten grosso modo voordeliger zijn. De nieuwe Verordening kan leiden tot het van toepassing worden van een ander sociaal zekerheidsstelsel. Dit kan grote financiële gevolgen hebben - zowel ten voordele als ten nadele - voor de werknemer of de werkgever. Het overgangsrecht biedt in beginsel nog 10 jaar de mogelijkheid om bestaande situaties te continueren.
 
Lieve Hendriks
lieve.hendriks@vhg.be