Investeringen afschrijven in het jaar van vervreemding is uitgesloten volgens een recent arrest van de rechtbank van eerste aanleg van Leuven. Toch is over dit juridisch hangijzer het laatste woord nog niet gezegd. We zetten voor u enkele feiten op een rij.
Volgens de rechtbank van eerste aanleg van Leuven is voor een afschrijving vereist, dat het actiefbestanddeel bij het afsluiten van het boekjaar nog in het bezit is van de belastingplichtige. Investeringen afschrijven in het jaar van vervreemding is dus uitgesloten (Rb. Leuven 9 september 2011).
Afschrijvingen
Een vennootschap kan op de investeringen die ze gebruikt voor haar beroepswerkzaamheid een afschrijving toepassen wanneer die investeringen door dat gebruik in waarde verminderen gedurende het belastbaar tijdperk.
Hierover bestaat geen discussie. Maar of u uw investering ook nog in het jaar van vervreemding kunt afschrijven, is een welles-nietesspelletje zonder einde.
Soms wel van belang
Afschrijven in het jaar van verkoop leidt tot een lagere boekwaarde en dus tot een hogere meerwaarde. Aangezien een afschrijving een kost is en een meerwaarde een opbrengst, zou het toch om een nuloperatie moeten gaan, of niet? Waar draait de discussie dan precies om?
In sommige gevallen kan het fiscaal nochtans van belang zijn om een pro rata afschrijving te doen in het jaar van vervreemding, waardoor uw vennootschap een grotere meerwaarde behaalt.
Slok op de borrel
Wanneer het vervreemde actief voldoet aan de voorwaarden om gespreid belast te worden, dan scheelt het wel een slok op de borrel of u in het jaar van verkoop al dan niet nog pro rata afschrijft. Immers, hoe groter de meerwaarde, hoe meer winst uw vennootschap gespreid kan laten belasten.
Bovendien zijn meerwaarden op bedrijfswagens onder bepaalde voorwaarden volledig vrijgesteld. Deze vrij te stellen meerwaarde zal hoger zijn als men voor het jaar van vervreemding nog een pro rata afschrijving kan toepassen.
Uit de rechtspraktijk
Recent werd een dergelijke discussie voorgelegd aan de rechtbank van eerste aanleg van Leuven.
Een vennootschap had, in de loop van een boekjaar, vrachtwagens verkocht en wou voor datzelfde jaar nog een pro rata afschrijving toepassen. De fiscus ging hier niet mee akkoord en volgens de Leuvense rechtbank is dat geheel terecht. De rechtbank erkent weliswaar dat er rechtspraak is die aanvaardt dat een afschrijving mogelijk is in het jaar van vervreemding van een actiefbestanddeel.
Maar in die rechtspraak gaat het volgens de rechtbank telkens over gevallen waarin een handelszaak wordt overgelaten of ingebracht in een vennootschap. En dit gaat gepaard met de stopzetting van de exploitatie in hoofde van de overdrager of inbrenger. Volgens de rechtbank gaat het dus om afschrijvingen die gebeuren bij het afsluiten van het boekjaar, op het ogenblik dat de belastingplichtige nog steeds eigenaar is van het af te schrijven goed.
Wat is aanvaardbaar en wat niet?
In het geval van de vrachtwagens luidt de vraag anders: ‘Is de afschrijving nog mogelijk bij het afsluiten van het boekjaar, indien de belastingplichtige op dat ogenblik geen eigenaar meer is?’ Volgens de Leuvense rechtbank is het niet mogelijk dat activa, die niet meer in het bezit zijn van de belastingplichtige, bij de afsluiting van het boekjaar kunnen worden afgeschreven.
De vraag is wel of de rechtbank niet te vlug besluit dat al deze overdrachten of inbrengen plaatsgevonden hebben ‘na’ afloop van het boekjaar. Het verschil tussen beide gevallen is dat, in het geval van verkoop van de vrachtwagens, de exploitatie gewoon doorloopt, terwijl dit bij een overdracht of inbreng niet meer het geval is. Men kan zich afvragen of dit juridisch een voldoende onderscheidend criterium is om in het eerste geval geen afschrijving én in het andere geval wel een afschrijving in het jaar van vervreemding te aanvaarden.
Wordt ongetwijfeld vervolgd.
Roland Snoeks
roland.snoeks@vhg.be
