De Commissie voor Boekhoudkundige Normen (CBN) heeft onlangs een ontwerp van advies bekendgemaakt over de boekhoudkundige verwerking van factoringovereenkomsten in hoofde van de leverancier (zie www.cnc-cbn.be, rubriek ‘Adviezen’, subrubriek ‘Ontwerpadviezen’).
Wat dit inhoudt voor de onderneming die een beroep doet op een factor, leest u hier.
Begrip
Factoring is een techniek waarbij een onderneming (leverancier), op grond van een met een gespecialiseerde instelling (factor) gesloten overeenkomst, haar in facturen uitgedrukte vorderingen overdraagt aan die instelling. Daarbij geniet de onderneming, tegen betaling van een vergoeding, van een aantal diensten. Zo kan de factor o.a. instaan voor het beheer van de debiteurenportefeuille, de insolventiedekking en de voorfinanciering.
Juridische context
De afgifte van de schuldvorderingen aan de factor vormt een essentieel bestanddeel van elke factoringovereenkomst.
In België bestaat geen specifieke wetgeving voor factoring. De overdracht van schuldvordering wordt door het Burgerlijk Wetboek als een koop-verkoop beschouwd. De oorspronkelijke schuldvordering blijft dus bestaan, alleen de houder van de vordering wijzigt. Tussen de partijen komt een overdracht tot stand door de loutere wilsovereenstemming tussen de overdrager (d.i. de leverancier) en de overnemer (d.i. de factor), zonder dat enige formaliteit moet worden nageleefd.
Er is geen toestemming van de debiteur vereist voor de overdracht.
Belangrijk is dat de schuldenaar tegen de factor alle excepties of verweermiddelen kan inroepen die hij tegen de leverancier kon doen gelden, op voorwaarde dat deze excepties of verweermiddelen ontstaan zijn vóór de tegenwerpelijkheid van de overdracht. De factor heeft een recht van verhaal tegen de leverancier indien de overgedragen vordering niet bestaat of de debiteur met succes een exceptie inroept.
Ook het debiteurenbeheer vloeit voort uit de overdracht van schuldvordering: door de overdracht is de factor eigenaar-titularis geworden van de vordering. Wanneer de factor tot inning van de vordering overgaat, int hij zijn eigen vordering.
Op burgerrechtelijk vlak vindt onder bovenstaande voorwaarden de overdracht van de handelsvorderingen aan de factor plaats. Maar de burgerrechtelijke cessie van de schuldvorderingen houdt naar de mening van de Commissie niet automatisch in dat ook op boekhoudkundig vlak de vorderingen definitief van de balans van de onderneming kunnen worden verwijderd.
De boekhoudkundige verwerking van factoring in hoofde van de leverancier
A. Afgifte van de schuldvorderingen aan de factor
De overdracht van de handelsvorderingen aan de factor wordt als volgt in de boekhouding opgenomen.
- Ontstaan van vorderingen op klanten door verkopen
| 400 Handelsdebiteuren aan 700 tot 717 Verkopen en dienstprestaties 451 Te betalen btw |
12.100 | . 10.000 2.100 |
|
- Afstand van de vorderingen aan de factor
| 400 Handelsdebiteuren (factor) aan 400 Handelsdebiteuren |
12.100 | . 12.100 |
|
Merk op dat de overgedragen vorderingen aldus boekhoudkundig niet van de balans verdwijnen, al zijn ze juridisch wel overgedragen.
B. Vergoeding van de factor
De vergoeding voor de factor moet, naargelang de door de factor aangeboden diensten, worden opgesplitst in een factorloon en een interest voor de eventueel door de factor verstrekte financiering.
• Het factorloon boekt de onderneming onder de 61-rekening Diensten en diverse goederen.
• De discontokosten, die de factor aan de onderneming aanrekent als vergoeding voor de door hem verstrekte financiering, boekt de onderneming op Andere financiële kosten (653 Discontokosten op vorderingen).
C. Factoringovereenkomst zonder insolventiedekking en zonder
financiering (service factoring)
In dit geval komen de partijen overeen dat de factor enkel het beheer van de debiteurenportefeuille, d.w.z. de debiteurenadministratie en -bewaking en inning van de vordering, verzorgt. Er vindt geen financiering door de factor plaats, wat impliceert dat de factor de onderneming pas zal betalen nadat de koper aan de factor heeft betaald.
De Commissie geeft een voorbeeld, waarin de twee eerste journaalposten dezelfde zijn als onder A (ontstaan van vorderingen op klanten en afstand van de vordering aan de factor).
- Vindt de inning door de factor plaats vóór de vervaldag, dan wordt het bedrag van de vordering doorgestort aan de onderneming, na aftrek van het factorloon.
| 550 Kredietinstellingen: RC 61 Diensten en diverse goederen 411 Terug te vorderen btw aan 400 Handelsdebiteuren (factor) |
11.979 100 21 |
. . . 12.100 |
|
- Vindt er geen inning plaats op de vervaldag, dan worden de vorderingen terug overgedragen aan de onderneming.
| 400 Handelsdebiteuren aan 400 Handelsdebiteuren (factor) |
12.100 |
. |
|
D. Factoringovereenkomst met insolventiedekking, zonder
financiering (maturity factoring)
Bij deze factoringvariant neemt de factor het risico van insolventie van de debiteur over.
De factor verbindt zich ertoe om op de vervaldag of een bepaald aantal dagen na de vervaldag de leverancier te betalen tot de toegestane kredietlimiet.
- De vorderingen worden op het afgesproken tijdstip door de factor voldaan, na afhouding van het factorloon. Dat factorloon omvat de vergoeding voor de inning en de debiteurenadministratie, én voor de insolventiedekking.
| 550 Kredietinstellingen: RC 61 Diensten en diverse goederen 411 Terug te vorderen btw aan 400 Handelsdebiteuren (factor) |
11.737 300 63 |
. . . 12.100 |
|
E. Factoringovereenkomst met financiering, zonder insolventiedekking
Vaak verlenen factoringmaatschappijen voorschotten of financiering aan hun cliënten. Bij deze factoringvariant draagt de leverancier dus eigenlijk zijn vordering over aan de factor, die hiervoor een bedrag ter beschikking stelt zonder de vervaldag van de vordering af te wachten.
Uit veiligheidsoverwegingen beperkt men dit meestal tot 70 à 80% van de ingediende vorderingen. De overige 20 tot 30% houdt de factor achter als waarborg voor de betaling door de leverancier van alle schulden die hij zou kunnen hebben t.o.v. de factor, en wordt aan de leverancier betaald wanneer de debiteur zijn factuur heeft betaald.
De onderneming krijgt van de factor dus een krediet, dat uitgedrukt wordt via de passiefrekening 433 Kredietinstellingen: Schulden in rekening-courant.
De vordering blijft behouden aan de actiefzijde, waardoor de onderneming aangeeft dat zij tegenover de factor verantwoordelijk blijft voor de goede uitvoering van de betalingsverbintenissen van de klant (factoring met verhaal of ‘recourse factoring’).
- Bij ontvangst van de vordering stort de factor aan de onderneming een voorschot van € 7.260, verminderd met de discontokosten van € 96,80
(twee maanden tegen 8% op € 7.260)
| 550 Kredietinstellingen: RC 653 Discontokosten op vorderingen aan 433 Kredietinstellingen: Schulden in RC |
7.163,20 96,80 |
. . 7.260 |
|
- Uit de afrekening van de factor blijkt dat 60 dagen later reeds € 9.640 door de factor ontvangen werd van de klanten. De factor maakt het verschil tussen het door hem ontvangen bedrag (€ 9.640) en het reeds gestorte voorschot
(€ 7.260) over aan de onderneming, onder afhouding van het factorloon.
| 550 Kredietinstellingen: RC 433 Kredietinstelling: Schulden in RC 61 Diensten en diverse goederen 411 Terug te vorderen btw aan 400 Handelsdebiteuren (factor) |
2.259 |
. . . . 9.640 |
|
- De resterende vorderingen worden op het afgesproken tijdstip terug overgedragen aan de onderneming.
| 400 Handelsdebiteuren aan 400 Handelsdebiteuren (factor) |
2.460 | . 2.460 |
|
F. Factoringovereenkomst met financiering en insolventiedekking
(old line factoring)
Hier financiert de factor de overgenomen vorderingen en neemt ook het insolventierisico over.
Voor zover de factor de betalingen van de voorschotten effectief heeft uitgevoerd, én in de mate waarin hij het insolventierisico draagt, verdwijnen de handelsvorderingen uit de balans van de onderneming. Het risico dat de factor op de onderneming verhaalt ingeval de klant hem met succes excepties of verweermiddelen tegenwerpt, moet in de toelichting worden vermeld, samen met het bedrag waarop dit op balansdatum van toepassing is.
Betreft de insolventiedekking niet de totaliteit van de vorderingen, dan kan de onderneming ten aanzien van de factor gedeeltelijk verantwoordelijk blijven voor de goede uitvoering van de betalingsverbintenissen van de klant. Er moet dan bij de onderneming een schuld worden geboekt voor het gedeelte van de ontvangen betaling dat niet als definitief kan worden beschouwd.
De Commissie geeft in haar ontwerpadvies verschillende voorbeelden van boekingen m.b.t. deze laatste factoringvariant.
Roland Snoeks
roland.snoeks@vhg.be
