Onlangs heeft de Dienst Voorafgaande Beslissingen (DVB) zich uitgesproken over de fiscale aspecten van een deficitaire vereffening, namelijk een vereffening waarbij de schulden groter zijn dan de activa. De fiscale gevolgen mogen niet uit het oog verloren worden.
In casu ging het over een Belgische en een buitenlandse vennootschap die samen een Belgische dochtervennootschap hadden opgericht. Maar het project liep slecht af! Na enkele jaren had deze dochter een negatief eigen vermogen en aanzienlijke (fiscale) verliezen. De schulden ten aanzien van haar aandeelhouders kon zij niet meer terugbetalen.
Schulden niet kwijtschelden
Omdat de schulden aanzienlijk groter waren dan de fiscaal te recupereren verliezen, wilden de aandeelhouders-schuldeisers de schulden niet kwijtschelden. De kwijtschelding van de schulden moet in hoofde van de vennootschap in vereffening namelijk als een uitzonderlijke opbrengst geboekt worden. Gevolg hiervan is dat deze kwijtschelding tot een belastbaar
resultaat leidt, in de mate de uitzonderlijke opbrengst niet gecompenseerd kan worden met fiscale verliezen.
Een faillissement was ook geen optie want dit zou een negatieve uitstraling hebben op de andere vennootschappen van de aandeelhouders.
Vragen aan de DVB
De te vereffenen vennootschap legde aan de DVB een aantal vragen voor. Zo vroeg ze of de niet-kwijtgescholden schuld, die naar aanleiding van de deficitaire vereffening in haar vereffeningsstaat geboekt zou blijven, enige belaste grondslag voor haar zou doen ontstaan. Daarnaast wenste ze van de DVB te vernemen of het feit dat de schulden niet worden terugbetaald én het feit dat al geruime tijd geen intresten meer op de schulden worden aangerekend, niet beschouwd zal worden als een abnormaal of goedgunstig verkregen voordeel. Ten slotte wenste ze te weten of de openstaande schulden kunnen worden geherkwalificeerd als een kwijtschelding van een schuld.
Groepsvriendelijk
In het verleden heeft de DVB al herhaaldelijk een groepsvriendelijke houding aangenomen.
Hierbij gaat ze ervan uit dat het tussen groepsvennootschappen bedrijfseconomisch aanvaardbaar is hulp te bieden aan ondernemingen in de groep die zich in financiële moeilijkheden bevinden. Ook het feit dat een eventueel faillissement een negatieve uitstraling zou hebben op de groep als geheel, is voor de DVB een valabel argument.
In het concrete geval trekt de DVB deze houding door. Zij oordeelt dat de deficitaire vereffening in principe (behalve in geval van fraude) geen belastbare materie doet ontstaan in hoofde van de vennootschap in vereffening. Daarnaast stelt ze dat het niet meer kunnen betalen van de openstaande schulden en het feit dat er gedurende geruime tijd geen intresten meer werden betaald, geen aanleiding geeft tot de kwalificatie van abnormale of goedgunstige voordelen in hoofde van de vennootschap in vereffening. Ten slotte is ze van mening dat dergelijke in de vereffeningsstaat geboekte openstaande schulden niet kunnen worden geherkwalificeerd als een kwijtschelding van schuld.
Positief besluit
Deze uitspraak van de DVB moet positief beoordeeld worden en kan een oplossing bieden wanneer men in het kader van een deficitaire vereffening geconfronteerd wordt met mogelijke fiscale problemen.
Stijn Janssens
stijn.janssens@vhg.be
