Financieel plan voor de Starters-BVBA

De S-BVBA
Vanaf 1 juni 2010 kunnen de eerste Starters-BVBA’s (afgekort S-BVBA) worden opgericht. De S-BVBA is een initiatief van de regering om de drempel te verlagen voor startende ondernemers. Deze nieuwe vennootschaps-vorm biedt de voordelen van een gewone BVBA, zonder dat er onmiddellijk een belangrijk kapitaalbedrag moet worden neergeteld. De S-BVBA kan worden opgericht met één symbolische euro, maar alle waarborgen voor de schuldeisers blijven gelden. De regering wil met deze nieuwe vennootschapsvorm de oprichting van ondernemingen en onrechtstreeks ook de werkgelegenheid stimuleren.

Belang financieel plan
Zoals bij de oprichting van een gewone BVBA moeten de oprichters van een Starters-BVBA een financieel plan opstellen en die vóór de oprichting overhandigen aan de notaris. In dit financieel plan moet het effectieve bedrag van het kapitaal worden verantwoord in functie van de geplande financiële behoeften, eigen aan de activiteit die de starter wil uitoefenen.

Het financieel plan is niet zomaar een formaliteit. Indien de vennootschap binnen de 3 jaar na oprichting failliet gaat, en uit het financieel plan blijkt dat het maatschappelijk kapitaal ontoereikend was voor de normale uitoefening van de voorgenomen activiteit voor een periode van 2 jaar, dan zijn de oprichters hoofdelijk aansprakelijk voor alle schulden van de vennootschap. Om vroegtijdige faillissementen te vermijden heeft de wetgever daarom enkele bijkomende voorwaarden voor het financieel plan van de S-BVBA ingevoerd. Het financieel plan moet namelijk beantwoorden aan:

  • een aantal essentiële criteria EN
  • de oprichters moeten zich laten bijstaan door een deskundige zoals een externe accountant, boekhouder of bedrijfsrevisor.

Inhoud financieel plan
De Commissie voor Boekhoudkundige Normen (CBN) publiceerde een advies met bijkomende informatie en een uitgewerkt voorbeeld over dergelijk financieel plan (CBN-advies 2010/6 van 19 mei 2010). Uit het Koninklijk Besluit blijkt dat het financieel plan minstens 4 delen moet bevatten:

  1. administratieve informatie in verband met de op te richten vennootschap;
  2. geprojecteerde balansen;
  3. geprojecteerde resultatenrekeningen;
  4. geprojecteerde vermogensstromenoverzichten.

1.  Administratieve informatie
Het administratieve luik dient volgens het Koninklijk Besluit minimaal volgende informatie te bevatten:

  • de maatschappelijke benaming van de vennootschap;
  • de rechtsvorm;
  • de maatschappelijke zetel;
  • de naam van de oprichters;
  • het geplaatst en volstort kapitaal;
  • het maatschappelijk doel.

In haar advies voegt de CBN daaraan toe dat het raadzaam is ook nog volgende gegevens op te nemen:

  • de looptijd van een boekjaar;
  • de naam van de zaakvoerder(s);
  • de exploitatiezetel van de vennootschap;
  • de contactinformatie van de betrokken deskundige die werd geraadpleegd.

2. Geprojecteerde balansen
Er moeten minstens 3 geprojecteerde balansen worden opgesteld:

  1. de openingsbalans;
  2. de balans na 12 maanden geplande werking;
  3. de balans na 24 maanden geplande werking.

Deze balansen moeten worden opgesteld volgens het volledige schema tenzij het gaat om een kleine vennootschap. In dat geval kan het verkorte schema (niet verplicht) gebruikt worden. Het gebruikte schema kan meer details bevatten dan wettelijk voorzien en de rubrieken die niet relevant zijn kunnen worden weggelaten.

3.  Geprojecteerde resultatenrekeningen
Er moeten minstens 2 geprojecteerde resultatenrekeningen worden gemaakt die telkens een periode van 12 maanden bestrijken.
De resultatenrekeningen worden opgesteld volgens het volledig schema. De oprichters kunnen een aantal rubrieken meer detailleren dan wettelijk voorzien en de rubrieken die niet relevant zijn kunnen worden weggelaten.

4.  Geprojecteerde vermogensstromenoverzichten
Ten slotte moet het financieel plan 2 geprojecteerde vermogensstromentabellen bevatten. Het gaat hier om het koninginnestuk van het financieel plan. In het kader van de oprichtersaansprakelijkheid (zie hierboven) is het heel belangrijk om na te gaan of de middelen die de oprichters ter beschikking stellen van de vennootschap, voldoende zullen zijn om haar werking te verzekeren binnen de eerste 2 jaar na de oprichting.

Bronnen en aanwendingen
Om deze kasbenadering op te stellen, moeten alle mutaties tussen de openingsbalans, de balans na 12 maanden en de balans na 24 maanden worden berekend. Dit betekent dat een bronnen- en aanwendingentabel moet worden opgesteld. Een bron impliceert bijkomend vermogen dat de vennootschap verwerft (bv. kapitaalverhoging of het verwerven van bijkomende kredieten). Een aanwending impliceert het gebruik van vermogen (bv. investeringen, het terugbetalen van kredieten, het aanhouden van voorraad, het toestaan van klantenkrediet).

Deze bronnen en aanwendingen moeten vervolgens worden gecorrigeerd om de niet-financiële stromen te elimineren. Hierdoor blijven enkel bronnen en aanwendingen over die in principe kasinkomsten en kasuitgaven zijn. Het Koninklijk Besluit verplicht de oprichters om minstens 3 correcties door te voeren. Het gaat om correcties met betrekking tot:

  1. afschrijvingen en waardeverminderingen, en de terugneming van deze posten;
  2.  voorzieningen voor risico’s en kosten;
  3. herwaarderingsmeerwaarden en de afboeking van onterecht geboekte herwaarderingsmeerwaarden.

Het vermogensstromenoverzicht moet zo worden opgesteld dat het totaal van de beschikbare middelen van de vennootschap op het einde van elke periode (mutatie van alle bronnen en aanwendingen en de correcties hierop) onder de rubriek Geldbeleggingen – Overige beleggingen en onder de rubriek Liquide middelen wordt voorgesteld. Het totaal van de beschikbare middelen mag uiteraard voor geen van de 2 periodes negatief zijn.

Cashflow
Het Koninklijk Besluit biedt ook nog een alternatieve voorstellingsmogelijkheid aan. Men mag in de vermogenstabel ook vertrekken van de cashflow van de vennootschap voor beide periodes. De cashflow is de winst of het verlies van het boekjaar verhoogd met een aantal niet-kasuitgaven en verminderd met niet-kasinkomsten (zie hierboven correcties van de bronnen en aanwendingen). Om dubbeltelling te vermijden moet het eigen vermogen wel verminderd worden met het verschil van de winst of het verlies van het boekjaar, en de uit te keren winst, met de geboekte meerwaarden op materiële en financiële vaste activa en met de tussenkomst van de vennoten in het verlies.

Rudi Zeelmaekers
rudi.zeelmaekers@vhg.be