Fiscale kmo of grote vennootschap?

Op 22 oktober 2009 heeft de Kamer van Volksvertegenwoordigers het wetsontwerp van de ministerraad m.b.t. fiscale en diverse bepalingen goedgekeurd. Het wetsontwerp bevat een heel aantal maatregelen op fiscaal vlak. Een onderdeel van het wetsontwerp handelt onder meer over de fiscale kmo-definitie.

Verschillende definities kmo
In de huidige wetgeving hanteert de wetgever verschillende definities om een onderscheid te maken tussen kmo’s en grote vennootschappen.

Zo hanteert de wetgever vandaag de voorwaarden van artikel 215, 2de lid WIB inzake de kwalificatie van een kmo om aanspraak te kunnen maken op:

  • het verlaagd opklimmend tarief in de vennootschapsbelasting;
  • de investeringsreserve;
  • het niet toepassen van een vermeerdering bij onvoldoende voorafbetalingen gedurende de eerste 3 boekjaren vanaf de oprichting.

De wetgever hanteert de voorwaarden van artikel 15 van het Wetboek van Vennootschappen om te bepalen of:

  • een vennootschap de eerste afschrijving dient te prorateren;
  • de bijkomende kosten van een investering conform het afschrijvingspercentage van de investering zelf dienen afgeschreven te worden;
  • een vennootschap kan genieten van het verhoogd tarief van de notionele interestaftrek.

Het Grondwettelijk Hof heeft in het verleden reeds geoordeeld dat bepaalde definities discriminerend zijn.

Verwijzing naar volledig artikel 15 Wetboek van Vennootschappen
Daarom zal de wetgever vanaf aanslagjaar 2010 voor de meeste gunstmaatregelen (o.a. voor de investeringsreserve en voor de vermeerdering inzake onvoldoende voor-
afbetalingen) verwijzen naar artikel 15 van het Wetboek van Vennootschappen. Zo komen de vennootschappen in aanmerking die voor het laatst en het voorlaatst afgesloten boekjaar niet meer dan één van de volgende criteria overschrijden:

  • jaargemiddelde van het personeelsbestand: 50 (tenzij meer dan 100);
  • jaaromzet, exclusief btw: € 7.300.000;
  • balanstotaal: € 3.650.000.

De wetgever verwijst nu uitdrukkelijk naar het volledige artikel 15 van het Wetboek van Vennootschappen in al zijn onderdelen en niet louter naar de eerste paragraaf die de kwantitatieve criteria opsomt. Hierover was vroeger immers discussie.

Het belangrijkste gevolg hiervan is dat, als een vennootschap met één of meerdere andere vennootschappen verbonden is, de bovenstaande criteria op geconsolideerde basis moeten worden beoordeeld.

Voor bepaalde gunstmaatregelen blijft de wetgever echter een dubbele kmo-definitie hanteren (o.a. voor de investeringsaftrek bij investeringen ter beveiliging van de beroepslokalen en hun inhoud).

Inwerkingtreding
Geplande inwerkingtreding: aanslagjaar 2010. Elke wijziging die vanaf 1 januari 2009 aan de datum van afsluiting van het boekjaar wordt aangebracht, blijft zonder uitwerking voor de toepassing van de nieuwe omschrijving van  ‘kleine’  vennootschappen.

Roland Snoeks
roland.snoeks@vhg.be