Heeft de nieuwe antiwitwasregelgeving gevolgen voor u?

Bij wet van 26 januari 2010 werd de antiwitwaswetgeving verder aangescherpt.
Een korte toelichting.

Algemeen
We zijn al geruime tijd vertrouwd met de identiteitsverificatie (van cliënten en hun mandatarissen) bij de financiële instellingen en bij de zgn. cijferberoepen (waaronder de bedrijfsrevisoren en accountants).

De nieuwe wet legt nu de algemene verplichting op om het risico in te schatten dat een cliënt vertegenwoordigt.
Wordt een verhoogd risico vastgesteld, dan is een strenger klantenonderzoek vereist. Wordt het risicoprofiel laag ingeschat, dan kan dat tot  een vereenvoudigd klantenonderzoek leiden.
Risicofactoren kunnen worden ingedeeld in functie van het land (country-risk), de klant (customer-risk) en de uit te voeren verrichting (service-risk).

Het actualiseren van de uitgevoerde identificatie dient eveneens te gebeuren in functie van het risicoprofiel van de klant.

Kan een klantenonderzoek niet of onvoldoende worden uitgevoerd, dan kan er geen relatie met de cliënt worden aangegaan of in stand gehouden.

De genoemde actualisatie dient uiteraard eveneens te gebeuren voor bestaande klanten. Timing hiervan is afhankelijk van het risico-profiel.

De nieuwe wet voert eveneens het begrip ‘uiteindelijke begunstigde’  in.  Hiermee wordt in eerste instantie de natuurlijke persoon bedoeld voor wiens rekening een cliënt een verrichting uitvoert. In tweede instantie slaat dit begrip op de natuurlijke persoon die ‘uiteindelijk’ de ¬cliënt (vennootschap, stichting, …) controleert of bezit. In dit kader vestigen wij er de aandacht op dat een natuurlijk persoon die meer dan 25 % van de aandelen of stemrechten van een vennootschap bezit of controleert, als ‘uiteindelijke begunstigde’  wordt beschouwd.

Melding aan de CFI (de zgn. witwascel)
De bedrijfsrevisor of de accountant dient in het kader van zijn identificatieplicht bij de klantenacceptatie, evenals bij specifieke vaststellingen tijdens zijn werkzaamheden, de CFI in te lichten van zijn vermoedens of vaststellingen rond het witwassen van geld of de financiering van terrorisme.

Hij kan zich niet aan de meldingsplicht bij de CFI onttrekken door zijn mandaat neer te leggen of de opdracht te weigeren. Uiteraard dient in dit kader rekening te worden gehouden met de omstandigheden van de transactie en de hoedanigheid van de betrokken personen. Zo zal bijvoorbeeld de vaststelling op zich van een betaling in cash boven
€ 15.000 (zonder de aanwezigheid van een vermoeden van witwaspraktijken) geen aanleiding geven tot een melding.

De nieuwe wet voorziet dat een eventuele melding nooit kan gebeuren door een werknemer of vertegenwoordiger, maar enkel door bijvoorbeeld de externe accountant zelf.

Voor de cijferberoepen voert de wetgever een uitzondering in op deze meldingsplicht en dit naar analogie met de reeds bestaande situatie voor advocaten. Deze uitzondering situeert zich in de adviespraktijk naar de cliënt en wordt ingegeven door de vertrouwensrelatie die de bedrijfsrevisor of accountant met de cliënt heeft.

De meldingsplicht aan de CFI geldt ons inziens niet wanneer de cliënt wordt geadviseerd omtrent bijvoorbeeld boekhoudkundige of fiscale aangelegenheden. De beroepsbeoefenaar dient het gebruik van deze uitzonderingsmaatregel te verantwoorden in een intern verslag. Deze maatregel geldt voor bedrijfsrevisoren, externe accountants, externe belastingconsulenten, erkende boekhouders en notarissen.

U heeft een kennisgevingsplicht!
Het nieuwe artikel 515bis Wetboek van Vennootschappen voorziet in een kennisgevingsplicht: aandeelhouders die méér dan 25 % van de aandelen aan toonder of gedematerialiseerde effecten verwerven van een naamloze vennootschap, zijn verplicht dit binnen de vijf werkdagen kenbaar te maken aan de vennootschap. Voor de kennisgeving van bestaande deelnemingen geldt een overgangstermijn tot 5 augustus 2010.

Ook de overdracht van aandelen, die ertoe leidt dat men terug onder de grens van 25 % zakt, dient te worden gemeld aan de vennootschap.

Deze verplichting bestond reeds voor beursgenoteerde vennootschappen.

Is dit belangrijk voor u? Betekent dit het einde van de ‘naamloze’ aandelen? Inderdaad!
Indien de fiscus vandaag informeert naar de eigenaars van de aandelen van de vennootschap, kan u als bestuurder nog de schouders ophalen. Morgen kan dat niet meer.

Rudi Zeelmaekers
rudi.zeelmaekers@vhg.be