De S-BVBA, een variant op de BVBA, is een nieuwe ondernemingsvorm geregeld door de wet van 12 januari 2010. De bedoeling is een ondernemingsvorm in te voeren die toegankelijker is voor startende ondernemers, maar zonder alle garanties voor schuldeisers te laten vallen.
De S-BVBA: what’s in a name?
De oprichters en zaakvoerders van de S-BVBA zijn verplicht natuurlijke personen.
De oprichters mogen bovendien niet meer dan 5 % stemrechtverlenende effecten aanhouden in andere vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid. De oprichters staan hoofdelijk borg voor de verbintenissen van iedere andere besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid die zij nadien zouden oprichten. De S-BVBA is bovendien ook voorbehouden aan ondernemers die minder dan het equivalent van vijf voltijdse werknemers tewerkstellen.
Het minimumkapitaal van de S-BVBA kan vrij door de oprichter gekozen worden en bedraagt minimaal € 1 en
< € 18.550.
Het minimum vereiste kapitaal dient toegelicht te worden in een financieel plan. Wanneer dit verantwoord is in het kader van de activiteit, kan dit bedrag bepaald worden op € 1.
Ten laatste vijf jaar na de oprichting of zodra de S-BVBA vijf voltijdse werknemers tewerkstelt, moet het kapitaal worden verhoogd en verliest de vennootschap het statuut Starter. Men moet dan overstappen naar een andere vennootschapsvorm met een minimumkapitaal van € 18.550, waarvan minstens € 6.200 volstort is. Het meest aannemelijk is dat gekozen wordt voor de klassieke BVBA. De overgang van de S-BVBA naar BVBA gebeurt volgens de normale regels van een statutenwijziging en gaat gepaard met een kapitaalverhoging.
De oprichters moeten zich bij het opstellen van het financieel plan laten bijstaan door een deskundige zoals een bedrijfsrevisor of een accountant.
De oprichtersaansprakelijkheid gedurende de eerste drie jaar blijft behouden. De oprichters zullen aansprakelijk zijn voor de verbintenissen van de vennootschap wanneer binnen de drie jaar na de oprichting de vennootschap failliet gaat en het eigen vermogen en de ondergeschikte middelen bij de oprichting kennelijk ontoereikend waren. Na drie jaar vanaf de oprichting zijn de vennoten bovendien hoofdelijk gehouden voor het eventuele verschil tussen het minimumkapitaal voor een BVBA ten bedrage van € 18.550 en het bedrag van het kapitaal van de S-BVBA.
De S-BVBA dient geen wettelijke reserve aan te leggen, maar de algemene vergadering dient jaarlijks wel een bedrag in te houden van minstens ¼ van de nettowinst voor de vorming van een reservefonds. Deze verplichting tot inhouding houdt op zodra het reservefonds een bedrag heeft bereikt gelijk aan het verschil tussen het minimumkapitaal van een BVBA van € 18.550 en het kapitaal van de S-BVBA.
Het reservefonds kan geïncorporeerd worden in het kapitaal.
Zolang de vennootschap het statuut van Starter heeft, dient zij dit te vermelden in haar rechtsvorm BVBA Starter (afgekort: S-BVBA).
De S-BVBA moet sowieso binnen een termijn van maximaal vijf jaar het statuut van (gewone) BVBA aannemen, of eerder indien ze een equivalent van vijf voltijdse werknemers tewerkstelt of indien het kapitaal ondertussen gebracht is op minstens € 18.550.
Goed initiatief maar ook beperkingen
De S-BVBA is een goed initiatief om de drempel tot het ondernemerschap te verlagen. De nieuwe vennootschapsvorm geeft immers de mogelijkheid om van de beperkte aansprakelijkheid te genieten met een geringe kapitaalinbreng. Toch zijn er ook enkele beperkingen:
Ten eerste, om in aanmerking te komen voor het verlaagd tarief (24,98 %) in de vennootschap mag je maximum 13 % van het gestort kapitaal uitkeren als dividend. Bij de S-BVBA met een kapitaal van € 1 is in de eerste jaren dus geen dividenduitkering mogelijk zonder daar 33,99 % belasting op te betalen.
Een tweede mogelijke beperking is dat een kwart van de winst gereserveerd moet worden. Bij een gewone BVBA is dat slechts 5 %.
Inwerkingtreding
Het Koninklijk Besluit dat de datum van de inwerkingtreding van de nieuwe wet moet vastleggen, is nog niet gepubliceerd.
Johan De Coster
johan.decoster@vhg.be
