R/C versus geldlening doorgelicht

Geldt een vordering op de vennootschap die in ‘rekening-courant’ geboekt is, als geldlening of niet? Een eenvoudige vraag waarop een niet zo eenvoudig antwoord te geven is. We pogen alvast klaarheid te scheppen in een troebele materie ...

Een problematiek die geen introductie behoeft ...
Inderdaad, want ze is intussen genoegzaam gekend.
Intresten van voorschotten betaald door een vennootschap worden fiscaal in dividenden geherkwalificeerd wanneer één van de volgende grenzen wordt overschreden én in de mate van die overschrijding:

  • ofwel wanneer de betaalde intresten hoger zijn dan de geldende marktrente;
  • ofwel wanneer het totaalbedrag van de rentegevende voorschotten hoger is dan de som van de belaste reserves bij het begin van het belastbare tijdperk + het gestort kapitaal bij het einde van dit tijdperk.

Voorschot – een definitie
Als voorschot wordt beschouwd, elke al dan niet door effecten vertegenwoordigde geldlening verstrekt door volgende natuurlijke personen:

  • aandeelhouders of vennoten;
  • bedrijfsleiders van de eerste categorie (art. 32, eerste lid, 1° WIB);
  • de echtgeno(o)t(e) van één van de hierboven genoemde personen;
  • de kinderen, indien één van voormelde personen het wettelijk genot van hun inkomsten heeft.

Geldlening: een vaag begrip?
Vooraleer er van enige herkwalificatie sprake kan zijn, moet het dus gaan om een ‘geldlening’ en daar wringt het schoentje. De fiscale wetgever geeft geen definitie van het begrip ‘geldlening’ en dit heeft aanleiding gegeven tot de vraag of een vordering op de vennootschap die in ‘rekening-courant’ is geboekt, geldt als geldlening of niet.

Bij gebrek aan een definitie in het fiscaal recht, verwijst de rechtspraak naar de gemeenrechtelijke betekenis van het begrip ‘geldlening’: ‘een contract waarbij de uitlener geld overmaakt aan de lener om hem in staat te stellen er gebruik van te maken en onder de verplichting het terug te geven op het overeengekomen tijdstip.’

In die zin kan de inschrijving van een vordering in rekening-courant een geldlening zijn, maar niet noodzakelijk. De bewijslast hiervan ligt bij de fiscale administratie.

Hot item in de rechtspraak
Intussen zijn er verschillende cassatiearresten die handelen over het begrip ‘geldlening’ in het kader van hoger genoemde herkwalificatieregeling.

De voornaamste conclusies hieruit zijn de volgende:

  • bij gebrek aan een fiscale definitie moet het begrip ‘geldlening’ in zijn gemeenrechtelijke betekenis worden opgevat;
  • een dergelijke geldlening ‘kan’ worden vastgesteld door een boeking in rekening-courant maar dit hoeft niet noodzakelijk zo te zijn;
  • de administratie moet aantonen dat de overeenkomst die aan de grondslag ligt van de vordering in rekening-courant een geldlening betreft;
  • een uitstel van de volledige betaling van de koopprijs vormt ‘in de regel’ geen lening vanwege de verkoper aan de koper;
  • bijkomende feitelijke elementen kunnen de ‘werkelijke’ bedoeling van het toestaan van een geldlening aantonen.

Voorbeeld:

  • geen of een zeer lange terugbetalingstermijn (> 8 jaar);
  • de boeking als ‘een schuld op meer dan 1 jaar’;
  • de intresten boeken als ‘intrestenlening …’;
  • onvoldoende liquide middelen bij de vennootschap om de schuld terug te betalen.

Van belang is, wat partijen werkelijk hebben bedoeld. Voorzichtigheid is dus zeker geboden.

Johan De Coster
johan.decoster@vhg.be