Het vennootschapsrechtelijke landschap ziet er sinds 1 januari 2009 lichtjes anders uit! Een KB van 8 oktober 2008, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 30 oktober 2008, ligt aan de basis. Voornoemd KB kadert in de nieuwe Tweede EG-Richtlijn, ook wel "Kapitaalrichtlijn” genoemd die op 25 september 2006 verscheen in het Publicatieblad van de Europese Unie. België diende deze richtlijn om te zetten naar Belgisch recht vóór het einde van het eerste trimester van 2008. De wijzigingen hebben betrekking op de regels inzake inbreng in natura en quasi-inbreng, de inkoop van eigen aandelen en de zogenaamde financiële bijstand.
1. Inbreng in natura en quasi-inbreng
Tot einde vorig jaar diende binnen een NV, BVBA en CVBA bij een inbreng in natura n.a.v. de oprichting of kapitaalverhoging steeds te worden overgegaan tot een dubbele verslaggeving nl. :
• een bijzonder verslag van de oprichters en/of het bestuursorgaan
• een controleverslag door een bedrijfsrevisor (commissaris)
In een aantal gevallen en onder bepaalde voorwaarden is dit niet langer vereist. Wanneer de waarde van het ingebrachte actief op één of andere manier objectief kan worden bepaald omdat er een duidelijk referentiepunt van een recente datum aanwezig is, kan de inbreng gebeuren zonder deze dubbele verslaggeving.
Concreet onderscheiden we hierin 3 gevallen:
• bij een inbreng van effecten of geldmarkt instrumenten, die gewaardeerd worden tegen de gewogen gemiddelde koers, waartegen ze de laatste 3 maanden voor de daadwerkelijke inbreng op een gereglementeerde markt zijn toegelaten.
• bij een inbreng van andere vermogensbestanddelen dan bedoeld in het vorige lid, dewelke reeds het voorwerp hebben uitgemaakt van een waardering. Deze waardebepaling moet uitgevoerd zijn door een onafhankelijke deskundige en mag niet ouder zijn dan 6 maanden op het ogenblik van de inbreng. Tevens moet de onafhankelijke deskundige deze waardering hebben uitgevoerd volgens de algemeen aanvaarde waarderingsnormen en -beginselen.
• bij een inbreng van andere vermogensbestanddelen dan bedoeld in het eerste lid en waarbij hun waarde in het economisch verkeer kan afgeleid worden uit de jaarrekening van het voorgaande boekjaar. Essentieel hierbij is dat voormelde jaarrekening moet gecontroleerd zijn door een commissaris of de met de controle belaste persoon én dat het verslag van die persoon een verklaring zonder voorbehoud bevat.
Merk op dat in de drie voormelde gevallen niet alleen de vereiste van het
deskundigenverslag komt te vervallen, maar ook het oprichters- of bestuursverslag over de inbreng in natura!
In bepaalde omstandigheden blijft niettemin de gebruikelijke verslaggeving vereist:
• Dit is in het eerste geval zo indien de koers is beïnvloed door uitzonderlijke omstandigheden, die op de effectieve datum van inbreng zouden leiden tot een aanzienlijke wijziging van de waarde van het effect of instrument.
• In de twee andere gevallen blijft de verslaggeving vereist indien nieuwe omstandigheden zouden leiden tot een aanzienlijke wijziging van de waarde van het vermogensbestanddeel in het economisch verkeer op de datum van de inbreng.
Wanneer in de toegelaten gevallen tot een inbreng in natura zonder verslag-
geving wordt overgegaan, dan moet binnen één maand na de effectieve datum van inbreng een verklaring neergelegd worden ter griffie van de bevoegde rechtbank van koophandel. Deze verklaring moet de volgende inlichtingen bevatten:
• een beschrijving van de inbreng in natura;
• de naam van de inbrenger;
• de waarde van de inbreng, de herkomst van de waardering en de waarderingsmethode;
• de nominale waarde van de aandelen of, bij gebrek hieraan, het aantal
aandelen dat wordt uitgegeven;
• een attest dat bepaalt of de verkregen waarde ten minste met het aantal en de nominale waarde (of de fractiewaarde) van de tegen de inbreng uit te geven aandelen overeenkomt;
• een attest dat er zich geen nieuwe omstandigheden hebben voorgedaan t.o.v. de oorspronkelijke waardering die deze kunnen beïnvloeden.
In de drie besproken uitzonderingsgevallen kan sinds 1 januari 2009 ook bij een quasi-inbreng het deskundigenverslag, en enkel dat, weggelaten worden! M.a.w. ook na 1 januari 2009 blijft een voorafgaandelijke goedkeuring van de verrichting door de algemene vergadering én een bijzonder verslag van het bestuursorgaan in deze vereist.
Wél sprake van een versoepeling, een vereenvoudiging zeker niet !
Procedure voor financiële bijstand is bijzonder zwaar . . .
2. Inkoop eigen aandelen
Sedert 1 januari 2009 zijn de strenge regels inzake inkoop van eigen aandelen binnen de BVBA en de NV op enkele punten versoepeld. De verkrijging van eigen aandelen is o.a. onderworpen aan een voorafgaande toestemming van de algemene vergadering. Deze algemene vergadering bepaalt:
• het maximum aantal aandelen dat mag ingekocht worden;
• de minimum- en maximuminkoopprijs;
• de duurtijd waarvoor ze haar machtiging verleent.
Deze geldigheidsduur bedroeg tot einde 2008 achttien maanden en werd verlengd naar 5 jaar. Ook de limiet inzake het aantal eigen aandelen die een vennootschap kan aanhouden werd opgetrokken van 10% naar 20%.
Zowel in de BVBA als in de NV moet het aanbod tot inkoop van eigen aandelen in principe aan alle aandeelhouders onder dezelfde voorwaarden geschieden. Voortaan kunnen genoteerde NV’s en NV’s waarvan de aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een niet-gereglementeerde markt, die dagelijks georganiseerd wordt door een marktonderneming, op deze marken inkopen zonder een aanbod tot verkrijging te doen aan alle aandeelhouders. In ruil hiervoor wordt van deze NV’s meer transparantie verwacht.
3. Financiële bijstand
Tot einde vorig jaar bestond in België, op enkele uitzonderingen na, het principiële verbod voor vennootschappen om middelen voor te schieten, leningen toe te staan of zekerheden te stellen met het oog op de verwerving van haar aandelen door derden. Deze wettelijke bepaling vormde in het verleden vaak een struikelblok voor tal van herstructureringen en verhinderde aldus meermaals waardevolle transacties.
Voortaan kunnen vennootschappen hun potentiële overnemers wel financieel helpen!
Ze kunnen geldmiddelen voorschieten, leningen toestaan of zekerheden stellen, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:
1) de verrichtingen dienen te gebeuren onder de verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan en tegen billijke marktvoorwaarden. Zowel de aangerekende rente als de verstrekte zekerheid moeten marktconform zijn. Tevens moet het bestuursorgaan de kredietwaardigheid van de potentiële koper onderzoeken;
2) de algemene vergadering moet vooraf instemmen met de financiële bijstand;
3) het bestuursorgaan maakt een omstandig verslag omtrent:
• de redenen van de verrichting;
• het belang voor de vennootschap;
• de voorwaarden voor de verrichting;
• de liquiditeits- en solvabiliteitsrisico’s van de verrichting;
• de prijs tegen dewelke de aandelen worden verkregen;
• als de financiële hulp naar de bestuurder van de moedervennootschap gaat of naar de moedervennootschap zelf, moet er een specifieke verantwoording worden toegevoegd.
4) het voor de verrichting uitgetrokken bedrag moet voor uitkering vatbaar zijn. De vennootschap legt op het passief een onbeschikbare reserve aan t.b.v. de totale financiële bijstand;
5) als een derde, met financiële hulp van de vennootschap, aandelen verkrijgt of inschrijft op aandelen in het kader van een kapitaalverhoging, dan moet zulks gebeuren tegen een billijke prijs;
In twee gevallen kan de vennootschap hulp geven zonder al die voorwaarden te moeten naleven. Een dergelijke financiële bijstand kan voor:
• personeelsleden van de vennootschap of van een verbonden vennootschap voor de verkrijging van aandelen van die vennootschappen.
• vennootschappen waarvan minstens de helft van de stemrechten in handen is van het personeel van de vennootschap. Bedoeling is dat het geld dient voor de verkrijging van de aandelen van de vennootschap, waaraan ten minste de helft van de stemrechten verbonden is.
Dat de wetgever een belangrijke toegeving heeft gedaan aan de kritiek die door de praktijk werd geuit, moge bij deze duidelijk zijn. Het blijft de vraag of deze nieuwe regels daadwerkelijk een versoepeling betekenen en werkzaam zullen zijn in de praktijk? De procedure om tot financiële bijstand te kunnen overgaan is bijzonder zwaar! Tevens dient rekening gehouden met het feit dat enkel uitkeerbare middelen in aanmerking komen voor financiële hulp, hetgeen ook niet altijd evident is.
4. Conclusie
De Europese wetgever heeft een grote stap gezet in de versoepeling van een aantal werkingsregels voor vennootschappen. De invoering hiervan in onze nationale wetgeving is (alweer) een typisch Belgisch compromis t.t.z. nieuwe regels die gekenmerkt worden door een moeilijke formulering en een grote techniciteit.
Van een versoepeling is dan misschien wel sprake, maar van een vereenvoudiging zeker niet!
Afwachten hoe de praktijk hier zal mee om gaan!
Johan De Coster
johan.decoster@vhg.be
