Vlaamse vrijstelling successierechten voor familiebedrijven: soepeler én strenger

De vrijstelling van successierechten voor familiale ondernemingen in Vlaanderen is gebonden aan een participatie- en een tewerkstellingsvoorwaarde. Door de huidige crisis kan een bedrijf zich genoodzaakt zien personeel te ontslaan. Hierdoor riskeert de familiale onderneming niet langer te voldoen aan de voorgeschreven voorwaarden en riskeren de erfgenamen de vrijstelling te verliezen. Om dit probleem te vermijden werd de wet recent gewijzigd.
De nieuwe wetswijziging zorgt nu enerzijds voor een soepelere tewerkstellingsvoorwaarde, maar anderzijds ook voor een strengere participatievoorwaarde.

De soepelere tewerkstellingsvoorwaarde
Vóór de huidige wetswijziging diende het familiebedrijf gedurende een periode van drie jaar vóór het overlijden van de erflater in totaal minstens € 500.000 loonlasten uit te betalen aan werknemers in de Europese Economische Ruimte (EER). Gedurende een periode van vijf jaar na het overlijden moest het familiebedrijf in totaal vijf derde van de loonlasten die betaald werden in de periode vóór het overlijden uitbetalen aan werknemers in de EER.

Deze voorwaarde inzake loonlasten valt nu weg. Belangrijk is wel dat deze maatregel tijdelijk is. Zij heeft enkel betrekking op overlijdens tussen 1 januari 2004 en 30 juni 2014.

De gevolgen verschillen naargelang de datum van het overlijden:

  • overlijden tussen 1 januari 2004 en 31 maart 2009:
  • geen loonlastenvoorwaarde NA het overlijden;
  • overlijden tussen 1 april 2009 en 31 maart 2011:
  • geen enkele loonlastenvoorwaarde geldt nog;
  • overlijden tussen 1 april 2011 en 30 juni 2014:
    geen loonlastenvoorwaarde VÓÓR het overlijden. Volgens de Memorie van Toelichting bij de wet leidt de op nul zetting voor de periode vóór het overlijden ertoe dat er ook NA het overlijden geen voorwaarde geldt inzake de uitbetaling van loonlasten.

Er dient wel te worden opgemerkt dat de versoepeling in 2011 opnieuw zal worden bekeken. Men kan er momenteel dan ook beter van uitgaan dat de versoepeling slechts zal gelden tot eind 2011. Officieel is de economische
crisis de achterliggende reden voor de versoepeling van de loonkostenvoorwaarde. De minister heeft echter reeds aangegeven dat de echte reden de moeilijke controleerbaarheid van de betaalde loonkosten is. Indien in 2011 de huidige regeling opnieuw wordt aangepast, zal men waarschijnlijk niet meer terugkeren naar de loonkostenvoorwaarde maar zal er een nieuw criterium worden ingevoerd. Er wordt reeds gewag gemaakt van een gemakkelijker controleerbaar criterium dat duidt op economische activiteit binnen de onderneming. Dit zou ook dichter aansluiten bij de originele doelstelling van de maatregel, namelijk het stimuleren van de economie en de tewerkstelling. Dit betekent dat de meeste holdingstructuren waarschijnlijk in 2011 herbekeken moeten worden!

De participatievoorwaarde
De participatievoorwaarde houdt in dat de aandelen in de drie jaar vóór het overlijden van de erflater ononderbroken voor ten minste 50 % moeten toebehoren aan de erflater. Bij de berekening van de 50 %-drempel mogen ook de aandelen in handen van bepaalde familieleden worden meegerekend.

In de praktijk was het niet duidelijk waar de voorwaarde van het drie jaar ononderbroken toebehoren precies op sloeg: enkel op de 50 %-drempel of ook op alle aandelen waarvoor de vrijstelling werd gevraagd? Dit probleem speelde vooral wanneer de erflater, die gedurende meer dan drie jaar meer dan 50 % van de aandelen heeft aangehouden, kort voor zijn overlijden zijn participatie nog verhoogde. Gold de vrijstelling dan ook voor de bijkomende aandelen?

De nieuwe wet bepaalt nu duidelijk dat er twee eisen worden gesteld, namelijk:

  • de drempel van 50 % halen gedurende elk van de drie jaar vóór het overlijden EN 
  • alle aandelen die in aanmerking worden genomen voor de vrijstelling moeten gedurende elk van de drie jaar voorafgaand aan het overlijden in het bezit zijn van de erflater en/of zijn echtgeno(o)t(e).

Dit wil dus zeggen dat, indien gedurende de drie jaar vóór het overlijden van de erflater zijn aandelenbezit schommelt, enkel het laagste aantal aandelen in aanmerking komt voor de vrijstelling. In het kader van belastingvrije planning door schenkingstechnieken moet hier ter dege rekening mee worden gehouden.

Gert De Greeve
gert.degreeve@vhg.be