De fiscale optimalisatie via pensioenopbouw binnen een vennootschap gebeurt dikwijls via de aftrek van belangrijke éénmalige koopsommen, ook wel backservice genoemd. Geldt dit zowel voor externe pensioenopbouw (via verzekeringsmaatschappij) als voor de interne pensioenopbouw (via voorzieningen op de balans)? Een toelichting.
Waar gaat het over?
Eén van de meest gehanteerde optimalisaties voor een vennootschap is de pensioenopbouw voor bedrijfsleider(s). Dit kan op verschillende manieren gebeuren zoals een groepsverzekering of een interne pensioenvoorziening.
Het doel is telkens de opbouw van een extra pensioen, t.t.z. opbouw van een kapitaal dat uitgekeerd zal worden bij pensionering. Maar de kenmerken van beide systemen verschillen.
Enkele voorbeelden (niet limitatief):
- bij een groepsverzekering wordt er gewerkt met effectieve stortingen van premies wat invloed heeft op de liquiditeiten van de vennootschap. Bij een interne pensioenvoorziening daarentegen wordt er op de balans een voorziening aangelegd zonder dat hier cash aan te pas komt;
- de opbouw via een groepsverzekering gebeurt buiten de onderneming en heeft zo een definitief en zeker karakter voor de bedrijfsleider. Dit in tegenstelling tot de interne voorziening waar de toekomstige evolutie van de vennootschap van belang is en de koppeling aan het faillissementsrisico van de vennootschap blijft;
- bij een groepsverzekering bestaat op het einde de mogelijkheid van een lagere taxatie namelijk aan 10%, terwijl bij uitkering door een vennootschap normaliter 16,5% moet worden betaald.
80%-regel
Gemeenschappelijk in beide systemen is de zogenaamde 80%-regel, waarbij de fiscaalvriendelijke opbouw beperkt wordt in functie van de toegekende bedrijfsleidersbezoldigingen.
Bij deze regel speelt ook het begrip 'backservice' een rol. Want indien blijkt bij de 80%-berekening dat er voor het verleden nog inhaalpremies kunnen worden gestort, mogen die in één keer ingehaald worden via bijstorting van een premie of bijboeking van een voorziening.
Ruling 10/07/2007: backservice in één keer
Volgens deze ruling 'moet' voor een backservice een voorziening worden aangelegd in het jaar van het sluiten van de overeenkomst wanneer in de gesloten overeenkomst meteen 'verworven rechten' worden gekoppeld aan de voorbije dienstjaren. Er is dus geen mogelijkheid om die backservice geheel of gedeeltelijk te spreiden over de toekomstige jaren. Het annaliteitsprincipe vereist immers een opname in de kosten in het juiste jaar, t.t.z. in het jaar dat de overeenkomst gesloten wordt.
Bij niet-naleving hiervan riskeert de vennootschap dat de voorziening fiscaal niet vrijgesteld wordt.
In een arrest van de rechtbank van Bergen dd. 3 november 2010 betwistte de fiscus de aanleg in één keer van een voorziening voor backservice en beweerde dat dit gespreid in de tijd moest gebeuren. De rechtbank stelde de fiscus in het ongelijk onder verwijzing naar voornoemde ruling.
Johan De Coster
johan.decoster@vhg.be
